Jong geleerd: Leendert Verduijn

In de nieuwe serie ‘Jong geleerd’ geven jonge organisten een interview aan Orgelwereld. Leendert Verduijn, die ook actief is als begeleider en docent heeft als eerste een interview gegeven.
Wij stelden 10 vragen over zijn bezigheden als musicus. Ook geeft hij zijn mening over Sweelinck, Bach en Messiaen.

  1. Hoe of waarom ben je begonnen met orgelspelen?

Als ik eerlijk ben weet ik niet meer exact wat het moment is geweest dat ik begonnen ben met orgelspelen. Het orgel is vanaf mijn eerste herinneringen al aanwezig en ik weet niet beter of ik bespeel het. Mijn vader is orgelmaker van beroep, dus de omgeving waar ik in ben opgegroeid heeft hierin een belangrijke rol gespeeld. Ik leerde al gauw een aantal melodieën te spelen met één vinger en al doende vond ik het orgel uit. Waar ik wel bewuste herinneringen bij heb zijn de kerkdiensten in de Grote Kerk van Hilversum. Daar raakte ik vaak diep onder de indruk van het orgel en thuis kroop ik zo gauw mogelijk achter ons elektronische orgel om alles wat ik gehoord had na te doen.

 

  1. Hoe kwam je erbij om een orgelstudie te gaan volgen aan het conservatorium?

Ook dit is niet echt een keuze geweest tussen studie A of studie B. Ik heb het van begin af aan normaal gevonden en er rekening mee gehouden dat ik conservatorium zou gaan doen. Toen ik 15 was ben ik dus ook alvast begonnen met de vooropleiding aan het conservatorium in Utrecht en vervolgens ben ik na de havo verder gegaan aan het Rotterdams Conservatorium.

  1. In 2014 werd je toegelaten aan de orgelklas Young Talents van het Orgelfestival Haarlem, hoe kijk je daar op terug?

Het orgelfestival Haarlem is een van mijn mooiste herinneringen op muziekgebied. Ik heb in deze twee weken zo ontzettend veel gezien en gehoord dat het echt mijn blik heeft verbreed! Van twee weken les krijgen van de grote namen in de orgelwereld ga je niet opeens veel beter spelen, maar je leert om je heen te kijken.

Ik heb veel orgelliteratuur en improvisaties gehoord alsook ideeën opgedaan die mijn kijk op orgelspelen wel degelijk hebben beïnvloed.

Ook het contact met Olivier Latry naar aanleiding van mijn bijdrage aan het presentatieconcert heeft mijn horizon een stuk breder gemaakt.

  1. In een interview met het Reformatorisch Dagblad in 2014 zei je dat het je droom is om met muziek je brood te gaan verdienen. Is dit nog steeds je droom?

Absoluut! Ik ben niet van plan om timmerman of iets dergelijks te worden, ik wil met muziek mijn brood verdienen. Er zijn namelijk heel veel mogelijkheden om activiteiten te ontplooien binnen de muziek die het werk heel afwisselend maken.

Ik ben kerkorganist, heb een lespraktijk in Bodegraven, geef orgelconcerten, begeleid koren en speel in een ensemble. Die variatie spreekt mij erg aan. Daarbij is muziek maken ook gewoon hetgeen waar ik mij het meest in thuis voel, daar wil je dan zo veel mogelijk mee bezig zijn.

  1. Welke organist spreekt je erg aan in zijn of haar spel?

Het is erg lastig om bij deze vraag maar één naam te noemen. Je ziet dat organisten vaak in één deel van het orgelrepertoire écht uitblinken.

Om toch een paar namen te noemen: mijn docent Aart Bergwerff, met name om de manier waarop hij met het orgel als instrument omgaat en de bevlogenheid in zijn spel.

Waar ik ook eindeloos naar kan luisteren zijn de opnames die Ben van Oosten heeft gemaakt van het Frans-romantische orgelrepertoire.

Ook Olivier Latry spreekt mij erg aan als organist, zijn techniek en muzikaal inbeeldingsvermogen zijn fenomenaal!

Maar dan heb ik het nog niet gehad over Hayo Boerema en zijn geweldige improvisaties, over Jan Hage of Daniel Roth, over Louis Roubilliard, over Thomas Ospital, of over Leo van Doeselaar, en ga zo maar door met de enorme lijst van geweldige organisten…

 

  1. Je muzieksmaak is goed ontwikkeld, maar zou je op de volgende componisten nog een mening kunnen geven?

Jan Pieterszoon Sweelinck:

Organisten kunnen eigenlijk niet zonder de muziek van Sweelinck, bij Sweelinck ligt de basis voor de orgeltechniek en het is de kiem voor verschillende compositievormen. Bedenk bijvoorbeeld hoe groot zijn invloed is geweest in de muzikale ontwikkeling in Duitsland. Op ‘mijn’ orgel in Sluipwijk (middentoon) klinkt deze muziek geweldig. Eigenlijk is dat nog wel een van de mooiste dingen: een lege kerk, deur op slot en in alle rust een poosje oude muziek spelen. Om hier nog wat aan toe te voegen: vergeet vooral de fantastische vocale werken niet. Organisten kennen vaak alleen de orgelcomposities maar de vocale werken zijn van ongekende schoonheid.

Johann Sebastian Bach:

De grootste componist aller tijden die dan ook nog eens organist was, wat een droom! Nu ik er over nadenk was Bach de eerste componist die aan bod kwam toen ik literatuur ging spelen. Ik wilde vooral heel veel Bach spelen. Nog steeds staat zijn muziek voor mij op de eerste plaats, zeker ook om zijn religieuze achtergrond en de moraal en wijsheid die in zijn muziek verborgen liggen.

Olivier Messiaen:

Een componist waar je feeling mee moet hebben om het te kunnen waarderen. Ik ging zijn muziek pas mooi vinden toen ik het zelf ging spelen. Het gaat er in zijn muziek vooral om dat je gevoel hebt voor de kleuren waar hij zich in beweegt. Het traditionele majeur/mineur moet aan de kant, het gaat over de kleuren van de verschillende modi.

 

  1. Waarom wilde je stage gaan lopen bij de gebroeders Van Vulpen te Utrecht?

Eigenlijk ben ik er meer in gerold dan dat ik er echt bewust voor heb gekozen. Mijn vader is stemmer bij Van Vulpen, dus al snel ging ik mee als stemhulp. Eerst alleen voor de tongwerken, later ook bij generale stembeurten. In de vakanties probeerde ik altijd zoveel mogelijk mee te gaan en zodoende kon ik de orgels ook van binnen te bekijken. Ik heb aan verschillende dingen meegeholpen zoals stemmen, monteren en demonteren. Op die manier kreeg ik ook meer kennis van het instrument dat ik bespeel en werd ik er meer een mee.

Ik kan elke organist aanraden om ook deze kant van het instrument te ontdekken. Het heeft absoluut meerwaarde wanneer je kennis van het orgel verder gaat dan de bediening ervan. Al met al is zo’n ‘stage’, die eigenlijk alleen in mijn vakanties plaats vindt, erg leerzaam!

  1. Je hebt al veel concerten gegeven, o.a. in de Nieuwe Kerk te Amsterdam, St. Jan in Den Bosch, wat vindt je ervan om orgelconcerten te geven, en ook concerten te geven met Ensemble Animé?

Het geven van orgelconcerten vindt ik het allerleukst om te doen. Ik heb plezier in alle facetten ervan: programma maken, instuderen en uitregistreren, het spelen zelf uiteraard, maar ook in de interactie met het publiek. Het gaat er altijd om dat je iets te bieden hebt, je moet een verhaal vertellen en je luisteraars boeien. Ik ervaar het als bijzonder dat mensen de moeite nemen om naar mijn concerten te komen, dat is niet vanzelfsprekend.

Het spelen in ensembleverband is een heel andere bezigheid. Je moet de solo-rol afleggen en de andere spelers de ruimte geven om te kunnen soleren. Concerten geven in ensembleverband heeft een grote meerwaarde wanneer het gaat om de samenwerking. Je maakt een resultaat dan niet in je eentje maar met elkaar. Bij Ensemble Animé hebben we een erg fijne en gezellige samenwerking die heel ontspannen verloopt. Op die manier is het geven van een concert gewoon een feest.

 

  1. Wat kan je andere jonge organisten die later ook succesvol willen worden nog meegeven?

Allereerst benadruk ik dat ik mijzelf nu absoluut nog niet succesvol zou willen noemen. Ik ben bezig met leuke dingen en wat ik doe gaat goed, maar ik moet ook nog veel leren en veel ontwikkelen.

Ik zou twee dingen als tip willen meegeven. Het eerste: blijf vooral studeren om jezelf te ontwikkelen zowel technisch als muzikaal.

En het tweede: zorg dat je een brede blik hebt. Het is belangrijk dat je om je heen kijkt en dat je van anderen iets aan kunt en wilt nemen. Zelfs van de organisten die op het eerste gezicht niet dichtbij je staan qua speelstijl kun je dan vaak toch verassende dingen leren. In elk geval geloof ik niet dat de versnippering in de orgelwereld goed is. ”Ieder in zijn eigen gebied en vooral niet daarbuiten”, dat maakt niemand beter als speler. Probeer alle muziek te ontdekken (vooral ook buiten het orgel…) en maak dan vervolgens een keuze of je iets wel kunt gebruiken of niet.

 

  1. Heb je nog meer plannen voor de toekomst?

Er zijn heel veel dingen die me leuk lijken om te doen, maar eerlijk gezegd plan ik niet zoveel vooruit. Ik leef meer bij de dag dan dat ik mijn hele ‘carrière’ zou willen uitstippelen. Ik hecht er waarde aan dat ik hetgeen dat ik doe met volle inzet en enthousiasme doe.

Wat er in de lijn der verwachting ligt is dat ik mijn activiteiten rond het lesgeven hoop uit te breiden door de jaren heen en uiteraard blijf ik veel repertoire studeren. Ach, en wellicht is er nog eens een keer een mooie positie waar ik organist zou kunnen worden, maar dat is van later zorg.

Meer informatie over Leendert: leendertverduijn.nl.

© Foto Leendert Verduijn

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s